Genenbanken
Wereldwijd houden instellingen zich bezig met instandhouding van groenten en landbouwgewassen. Die noemt men 'genenbanken'. In Nederland het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) te Wageningen. Veel landen kennen dergelijke instituten. Zaden worden ingevroren bewaard en soms vermeerderd om ze vitaal te houden. In 2008 is een nieuw 'centraal archief' ingericht in de permafrost van Spitsbergen. Het best te betitelen als 'bevroren agro-biodiversiteit'.
Er zijn ook organisaties die werken aan levende instandhouding van oude rassen.
De meest bekende is in Groot Brittannië 'Growing Organic', voorheen HDRA, die een Heritage Seed Library (HSL) bijhoudt. Je kunt er donateur van worden en vervolgens een aantal soorten zaden van de jaarlijkse lijst vragen. De Irish Seed Savers Association (ISSA) werkt ook zo. Oostenrijk heeft 'Arke Noah', Zwitserland 'Pro Species Rara' en de VS en Australië kennen verwante organisaties.
En Nederland? Tuinbouwland bij uitstek. De Nationale Proeftuin stimuleert uitwisseling van zaden middels vraag en aanbod op internet. Er zitten wel meer bloemenzaden dan groentenzaden in het aanbod.
Een ander initiatief is 'Eeuwig Moes', van groepen mensen die zich hebben toegelegd op instandhouding van (Nederlands) agro-biodivers erfgoed. Nederlands als we zijn, kijken we ook naar commerciële kansen voor handel in zaden van oude landrassen. En dan kom je in de (Nederlandse of Eurpoese) wet- en regelgeving terecht, ingesteld om zaadhandelaars te beschermen tegen beunhazen op de markt. De klant krijgt daardoor garanties aangaande uniformiteit (eenzelfde type), echtheid van de rassen (het juiste ras) en kiemkracht.
Biedt zo'n handeltje in oude rassen extra kansen voor instandhouding ervan en de beschikbaarheid van zaden voor hobby-tuinders? Ik betwijfel het. Sommige streekrassen zijn weinig uniform. Een voorbeeld: jaren geleden kreeg ik van een dame uit Arnhem een bonenras uit Slovenië. Met verschillend gekleurde zaden. Ook de planten zijn verschillend. Meer een type dan een ras. Binnen de zaadhandel hoort zoiets niet. Dan moet het gelijkvormig zijn en dus moet er geselecteerd en gesleuteld worden. En is zo'n streekras met al die variatie niet leverbaar.
Geef mij het Engelse en Ierse systeem maar. Men wordt voor bijvoorbeeld twintig euro per jaar donateur van 'Eeuwig Moes'. Donateurs krijgen jaarlijks een lijst toegestuurd van beschikbare zaden en kunnen daaruit vijf variëteiten kiezen. Ze moeten vervolgens zelf vermeerderen. Hierbij krijgt de organisatie voldoende geld om het bestaan zeker te stellen en tevens hobby- zaadkwekers te vergoeden voor geleverde zaden.
Voorlopig houd ik mijn groentenzaden in een eigen genenbankje. In de koelkast.
Jaap Vlaming


