Tips voor teelt en vermeerdering
Hoe om te gaan met biodiverse plantenzaden? Te beginnen met zaaien.
Veel plantenzaden kunnen goed in het voorjaar worden gezaaid. En sommige (vooral
tweejarige) ook nog wel na de zomer. Daarom is het belangrijk dat de zaaitijd
bij het aanbieden van zaden wordt vermeld.
Vervolgens wordt een plant vermeerderd door delen. Dat is het geval met aardappelen,
bloembollen (nieuwe knollen en bollen), rabarber,
vaste planten voor de siertuin (scheuren of stekken)
en fruitrassen (enten). Bij delen blijft de unieke eigenschap van die ene
appel of de specifieke tulp bewaard. Men spreekt in dit verband ook wel van
‘klonen’.
Vermeerdering van planten gebeurt meestal door zaad. Zaden van gemengde lupinen
geven gemengde terug, ofschoon sommige kleuren gaan overheersen.
Wanneer u chaos bij het kruisen wilt voorkomen, dienen er maatregelen te worden
genomen. U kunt dan een speciale kleur van lupinen apart zetten en daarvan
het zaad oogsten. Zo kan een bijzonder ´ras´ in stand worden gehouden,
inclusief de speciale eigenschappen.
Niet bij alle planten werkt dit op een zelfde manier. Appels
en peren moeten veelal met een ander ras kruisen
om vruchten te krijgen. Maïs wordt door windbestuiving
gemakkelijk over grote afstand bestoven door andere maïs, waardoor de
suikermaïs er dan anders uit kan gaan zien of anders smaakt. (Dat is
ook een bezwaar tegen ‘gemodificeerde’ maïs, want het is
opdringerig.) Maar de meeste granen (behalve maïs en rogge) kruisen juist
niet makkelijk met andere rassen.
Koolsoorten, wortelen,
bieten (suikerbiet, voederbiet, snijbiet en rode
biet), pompoenen (ook courgettes), komkommers
(ook augurken), tuinbonen (ook duivenbonen en wierbonen)
uien, pronkbonen, radijs
en preien kruisen gemakkelijk met andere rassen
en moeten een onderlinge afstand hebben van minstens 500 meter om kruising
te vermijden. Meestal is dus de vermeerdering van maar één ras
per tuin per jaar mogelijk
Daarentegen kruisen sperziebonen (ook spek-
en snijbonen), erwten,
tomaat en paprika niet
graag, en is een afstand van één meter al genoeg. Veiligheidshalve
is het raadzaam om dan niet twee gelijkende rassen naast elkaar te plaatsen,
om zo toevallige kruising alsnog op te kunnen merken.
Sla kruist eigenlijk niet en is gewoon zaadecht
te winnen.
Winterkool, wortelen,
bieten, uien en prei
zijn planten die het tweede jaar bloeien. Meestal worden ze voor die tijd
al opgegeten en komen dus niet tot bloei. Kool loopt
vanuit de stengel wel uit en gaat voorjaars bloeien. Voor vermeerdering van
de overige planten moet een aantal worden bewaard.
Bij Bloemkool is het zo dat wanneer de hele bloemkool
eruit gesneden wordt, geen bloei volgt. Houdt u daarom een paar ´rotsjes´
aan de stengel om te laten bloeien.
