Juttenpeer en kattesnor
Oude groente- en plantenrassen zijn in de afgelopen decennia in een rap tempo van de markt verdreven. Enkele particulieren proberen met de handen in de modder het tij te keren door zaad van oude gewassen te zaaien en te verzamelen.
Vele kilometers van de akkers en de volkstuinen vandaan -in het centrum van Amsterdam waar aarde alleen onder stoeptegels en in groenvoorzieningen is te vinden- kwamen enkele kunstenaars en schrijvers op het idee om via internet deze zaden gratis te verzamelen en te verspreiden. De zadenruilbeurs op internet, de Nationale Proeftuin gedoopt, werd in 2001 geboren. ,,De natuurlijke diversiteit van groenten en planten is groot en minder kwetsbaar dan gewassen die met het oog op schaalvergroting en kostenbesparing worden gekweekt, omdat die rassen zich aan de lokale omstandigheden hebben aangepast'', vertelt cabaretier Coen Jutte, uitvoerend directeur van de Nationale Proeftuin.
Oerboeren proberen met projecten als 'het Hof van Eden' in Utrecht en 'De Oerakker' in Friesland al jaren het natuurlijke aanbod van gewassen te vergroten, maar particulieren blijven daarbij vaak aan de zijlijn staan. Op de Floriade van 2002 sloeg het concept van de Nationale Proeftuin aan, toen 250 vrijwilligers biodiverse zaden uitdeelden.
Ervaring met zaaien en oogsten heeft Jutte niet; zijn balkon is er ook te klein voor. Er staat een pot met een wierookstaafje, én enkele prille blaadjes van poederkwast uit Rwanda. ,,Het kweken van een boomui heb ik geprobeerd. Deze groeit aan een lange steel, tussen allemaal sprieten. Maar ik heb geen ui gezien.''
Hoewel hij geen groene vingers heeft, kent hij wel de gedrevenheid om de natuurliefhebbers met elkaar in contact te brengen. Op www.denationaleproeftuin.nl staan inmiddels 1200 soorten zaden. ,,Iemand bood op de site een geile tulp aan. Meteen werd ik gemaild door tuinierders die zeiden dat deze bloem niet bestaat. Hoe kon ik dat weten? Donzige klit bestaat bijvoorbeeld ook.''
De plantenliefhebbers mailen onderling, geven advies en sturen zaadjes per post. Voor een zaai-actie in het voorjaar werden miljoenen zaden ingeleverd. ,,Zelfs mensen uit Zeeland kwamen hun zaad brengen. Manden vol en keurig verpakt in doosjes'', vertelt Jutte, nog steeds verbaasd over het enthousiasme van de tuinierders. Een nieuwe oogstactie staat dit jaar gepland en inmiddels zijn er plannen om in 2005 de bermen op te fleuren met klaprozen en korenbloemen.
,,De meeste consumenten liggen er niet wakker van als een zeldzaam soort radijs is verdwenen. Dan slikken we wel een vitaminepilletje. Toch willen veel mensen gewassen beschermen die over vijftig jaar misschien uitgestorven zijn.'' Zo besloot een vrouw haar tuin te beplanten met oude Hollandse bloemenrassen, nadat ze gek werd van de eindeloze reeks hortensia's en fresia's in haar vinex-wijk.
De Nationale Genenbank in Wageningen heeft belangstelling voor het genetische materiaal van de oude, doorgaans sterkere gewassen en hoopt er zo nodig mee te kunnen optreden tegen nieuwe plantenziektes.
,,We bieden met de Nationale Proeftuin een tegenwicht tegen de korte doorlooptijd van bepaalde producten'', zegt Jutte. ,,Als een product een half jaar bestaat en de aandacht van de consument verflauwt, komt er meteen een ander product.''
Natuurliefhebbers wachten juist geduldig enkele weken tot ze een zelfgekweekte komkommer uit de tuin kunnen plukken. ,,Zij hebben rust en tijd. Is er markt voor traagheid? Jazeker. Niet voor niets is er zoveel belangstelling voor volkstuinen. Mensen willen ontsnappen aan hun dagelijkse beslommeringen. Het zaaien en oogsten van planten vraagt rust. Het werkt als een therapie om te leren onthaasten.''
De rabarbercollectie van Jaap Vlaming op Texel (75 soorten) is de grootste van Nederland -en misschien ook wel van de wereld, zegt hij trots. In het voorjaar krijgt hij het zaad van de IJslandse rabarbercollectie. ,,De rabarber is pas in 1830 ontstaan. Mijn overgrootvader bezat nog een van de eerste rabarbers. Een eeuw geleden werden groenten alleen voor de smaak ontwikkeld; nu zijn ze vaak neutraal van smaak geworden.''
Onbegrijpelijk vindt hij het gemak waarmee oude groenten en planten afgeschreven worden. ,,We hebben overal musea voor, maar niet voor onze historische gewassen. Ik verwacht dat over een paar jaar al het zaad van groenten die we in Nederland ooit gekend hebben, is vervangen door producten van zaadbedrijven. Al die traditionele geur, kleur en smaakstoffen zijn dan weg. Een Amerikaanse deskundige die zich bezighield met tuinbouw vond het een bloody shame dat Nederland zo gemakkelijk het genetisch materiaal weggooit wanneer we denken het niet meer nodig te hebben.''
Honderden zaden van diverse groenten en planten heeft hij via de Nationale Proeftuin verstuurd. Van zijn 305 soorten kool heeft hij nog voor vijf jaar zaden liggen. Zijn nieuwe koelkast, die hij gebruikt om nog meer zaden te bewaren, raakt vol.
,,Het aardige van zaden is dat hoe meer je deelt, hoe meer je hebt. Vorig jaar heb ik zoveel aanvragen gehad, dat ik dacht: ik hou er mee op. Maar ja, ik vind het altijd leuk als ik zei dat mensen méér willen dan alleen de hybriden uit de vermeerderingsbedrijven. Ik moet niets hebben van die overgekruiste en erfelijk uitontwikkelde exemplaren.''
