Zaadruilbeurs gaat monocultuur te lijf
's Avonds staat hij op het toneel, overdag belt hij rond om zijn nationale
proeftuin aan de man te brengen. Coen Jutte, vroeger consultant, nu cabaretier,
brengt avond aan avond het programma Tijd Zat, samen met collega Rob Kamphues.
Maar terwijl Kamphues overdag mogelijk uitslaapt, nieuwe plannen bedenkt of
misschien wel hard aan een volgend televisieprogramma werkt, stort Jutte zich
op zijn andere passie: biodiversiteit.
Ooit werden er duizenden aardappels overal ter wereld verbouwd. Nu regeert
echter the economy of scale: aardappelrassen die geschikt zijn om bijvoorbeeld
friet te maken of die alleen groeien op veel voorkomende landbouwgronden.
Nu zijn uitsluitend die rassen te koop in de supermarkt.
Voor groenten geldt hetzelfde. Veel soorten verdwenen of leden een kwijnend
bestaan in de tuinen van liefhebbers en biologen, georganiseerd in stichtingen
als De Oerakker en de Hof van Eden. 'Die stichtingen doen heel goed werk',
vindt Jutte.
'Maar er moet meer gebeuren om al die vergeten gewassen weer volop te laten
groeien en bloeien. Het publiek moet er aandacht voor krijgen.' Daarom wil
Jutte onbekende gewassen een tweede leven gunnen, in achtertuintjes, balkonbakken
en volkstuinen.
'Onze welvaart hangt voor een gedeelte af van biodiversiteit', legt Jutte
uit. 'Als er zo eenzijdig gekweekt blijft worden, raken veel genen verloren.
Hierdoor dreigen ook de gewassen die in de supermarkt liggen op een gegeven
moment uit te sterven.
'Als die paar aardappelrassen niet meer bestand zijn tegen bepaalde ziekten
of veranderingen in klimaat en milieu, moeten ze kunstmatig in stand gehouden
worden. Bovendien: het is toch doodzonde dat er maar tien soorten groenten
in de supermarktschappen liggen, terwijl we veel meer gekke, lekkere soorten
zouden kunnen eten?'
Om de consument hiervan bewust te maken, begon Jutte samen met collega-cabaretier
Justus van Oel, filmproducent Michaela van Wassenaar en enkele andere kunstenaars
de Stichting de Nationale Proeftuin. Met vanaf zaterdag de zaadruilbeurs op
internet.
'Het is in de eerste plaats gewoon heel erg leuk', vindt Jutte. 'Iedereen
die de site bezoekt, kan gratis zaden vragen en aanbieden. Vraag en aanbod
van de bezoekers bepalen het succes van de beurs. Is er bijvoorbeeld iemand
die rode spinaziezaad wil hebben, dan moet dat komen van een andere Nederlander
die ergens die struik in de tuin heeft staan.'
Juist dit gegeven zal de site tot een succes maken, denkt Jutte. 'Zelf iets
kweken in je achtertuin, met eigen ogen zien wat biodiversiteit is. Concreter
kan een ideaal niet zijn.'
In december moet de ruilbeurs zo'n succes zijn dat hij zichzelf kan bedruipen.
Dat kan als de site zo'n vijfduizend enthousiaste vaste bezoekers trekt. Jutte
is ervan overtuigd dat het gaat lukken.
'Over honderd jaar zouden mensen kunnen zeggen: 'Hè bah, alweer suikerwortel
vanavond. En dat komt dan doordat iemand nú begonnen is met het kweken
van onbekende groenten op een balkonnetje driehoog achter.'
15-6-2002 Volkskrant
